In de rode bessen zijn er een aantal insecten die die zich tot plaag kunnen ontwikkelen. De belangrijkste zijn diverse soorten luizen. Luizen zuigen aan het gewas, verstoren de groei en scheiden honingdauw af. Op de honingdauw kan de roetdauwschimmel zich vestigen waardoor zowel de bladeren als de vruchten “zwart” worden. Kortom, luizen kunnen grote schade veroorzaken in een gewas als rode bessen. Daarnaast zijn er de wantsen die in de scheuten prikken en groeiverstoringen veroorzaken. Tenslotte veroorzaken de rupsen van de bessenglasvlinder schade. Deze rupsen vreten zodanig in het hout van de takken, dat hele takken afsterven. Hiermee hebben we een aantal belangrijke plagen in de rode bessen te pakken.

Evenwicht tussen plaaginsecten en nuttige insecten
Insecten worden een plaag wanneer ze in te grote hoeveelheden zuigen aan een gewas of steken in een gewas. In de natuur komen echter ook insecten voor die andere insecten vreten of parasiteren. Ze kunnen voorkomen dat een plaaginsect zich daadwerkelijk ontwikkelt tot een schade veroorzakende plaag. Dit worden in de praktijk nuttige insecten genoemd. Deze nuttige insecten moeten in voldoende aantallen voorkomen om te verhinderen dat schadelijke insecten zich ontwikkelen tot een plaag. Deze nuttige insecten moeten zich daarom in een aanplant thuis voelen en de kans krijgen om zich te vermeerderen. Om dit te realiseren is het gewenst om variatie aan te brengen in een aanplant. Op het bedrijf zijn hiertoe de volgende maatregelen genomen:
• De windhaag bestaat uit drie soorten wilgen en de zwarte els. Daardoor is er gedurende een lange periode bloei en dus stuifmeel en nectar aanwezig. Ook staan er in het perceel kleine haagjes met haagbeuken. Dit is zowel voor wilde bijen, honingbijen als voor nuttige insecten zeer gunstig.
• Langs de sloot is over de volledige lengte van het perceel (1,5 km langs de sloot die midden door het perceel loopt) een 1 meter brede bloemstrook gezaaid met diverse soorten inheemse vaste planten en eenjarige bloemen. Een bron en schuilplaats voor nuttige insecten.
• Op elke hectare zijn 300 bosjes met bamboestokjes opgehangen zodat nuttige insecten zoals oorwormen, roofwantsen en lieveheersbeestjes zich daar kunnen verschuilen

Al deze maatregelen dragen er aan bij dat plaaginsecten door nuttige insecten onder de duim gehouden kunnen worden. Pas indien een plaag insect een bepaalde schadedrempel over gaat, wordt er ingegrepen. De eerste keuze is om met een biologisch middel te spuiten. Wordt de plaag hiermee onvoldoende bestreden dan wordt er met een chemisch middel ingegrepen. Echter wordt dit uitsluitend gedaan met middelen die de plaaginsecten bestrijden en de nuttige insecten ongemoeid laten. Dit zijn de zogenaamde selectieve middelen. In de praktijk wordt dit totale systeem geïntegreerde plaagbestrijding genoemd.

Het gehele seizoen monitoren
Kortom, het gehele seizoen wordt de aanplant nauwkeurig gevolgd qua aanwezigheid van insecten. Hoeveel nuttige insecten worden er gevonden? Hoeveel schadelijke insecten zijn aanwezig? Dreigen de schadelijke insecten zich te ontwikkelen tot een plaag? Alles is erop gericht om een gezonde oogst te telen waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van allerlei maatregelen om de ontwikkeling van een plaag te voorkomen. Dreigt een plaag uit de hand te lopen dan wordt er ingegrepen, zodat er later deze zomer mooie en gezonde rode bessen geoogst kunnen worden.